Slapen in ploegendienst: hoe je lijf dit wél kan bijbenen

Stel je voor: het is 03.27 uur, je zit in de kantine met een lauwe koffie, je collega maakt een flauwe grap… en jij denkt maar één ding: *ik wil naar bed*. Een paar dagen later draai je een vroege dienst en lig je juist om 22.00 uur klaarwakker naar het plafond te staren. Herkenbaar? Dan leef je waarschijnlijk in ploegendienst. Werken in wisselende diensten is eigenlijk alsof je elke week een mini-jetlag cadeau krijgt. Je lichaam wil ritme, maar je rooster zegt: “mooi niet”. En ondertussen moet jij gewoon functioneren, aardig blijven tegen collega’s, veilig werken en thuis ook nog een beetje gezellig zijn. Dat is best wel veel gevraagd van één menselijk lichaam. In dit artikel duiken we niet in droge theorie, maar in wat je nou ja, *vandaag nog* kunt doen om beter te slapen rond je diensten. Met eerlijke voorbeelden, praktische tips en ook wat erkenning: nee, het ligt niet aan jou dat dit zo pittig is. Je biologische klok speelt een grotere rol dan je baas misschien denkt. Maar er is wél ruimte om het jezelf een stuk draaglijker te maken.
Written by
Taylor
Published

Waarom je lijf zo moppert op ploegendienst

Je lichaam houdt van voorspelbaarheid. Elke dag ongeveer dezelfde tijd opstaan, eten, bewegen, slapen – daar draait je biologische klok op. In ploegendienst doe je eigenlijk precies het tegenovergestelde. Je schuift je slaaptijden steeds een paar uur op, soms naar voren, soms naar achteren. Je interne klok raakt daardoor in de war.

Je hersenen krijgen normaal gesproken via licht en donker het signaal: hé, het is dag, of: het is nacht. In de nachtdienst ben je onder fel licht aan het werk, en als je thuiskomt is het vaak alweer licht buiten. Je lichaam denkt dan: “O, we gaan door!” terwijl jij eigenlijk naar bed wilt.

Neem Sanne, 34, verpleegkundige. Na een reeks nachtdiensten lag ze overdag in bed, maar viel ze pas na twee uur draaien en zuchten in slaap. Tegen de tijd dat ze eindelijk sliep, moest ze er alweer uit om de kinderen van school te halen. Ze voelde zich de hele week half ziek, prikkelbaar en emotioneel. En nee, dat is niet aanstellerij. Dit is wat er gebeurt als je slaap en biologische klok steeds botsen.

De grootste misverstanden over slapen in ploegendienst

“Je went er vanzelf wel aan” – echt?

Veel mensen zeggen: “Ach, na een paar jaar ben je het gewend.” Maar als je eerlijk bent: wen je eraan, of leer je er gewoon mee leven? Je lichaam raakt misschien iets minder van slag, maar de basis blijft hetzelfde: je werkt tegen je natuurlijke ritme in.

Dat betekent niet dat het onmogelijk is om redelijk te slapen. Maar verwachten dat je je na een nachtdienst net zo fris voelt als iemand met een standaard 9-tot-5-baan is gewoon niet realistisch. En dat hoeft ook niet. Het doel is: goed genoeg slapen om veilig, redelijk fit en een beetje jezelf te blijven.

“Dan slaap ik overdag gewoon wat langer” – was het maar zo simpel

Overdag slapen is lastiger dan ’s nachts. Er is meer geluid, meer licht, je telefoon gaat, pakketbezorgers bellen aan, de buren boren precies als jij net wegdommelt. Bovendien maakt je lichaam overdag minder slaaphormoon aan.

Dat betekent dat je vaak korter en lichter slaapt. Veel mensen in ploegendienst komen structureel slaap tekort, soms jarenlang. Dat tikt aan: je concentratie, je stemming, je weerstand, zelfs je gewicht kunnen erdoor veranderen.

Eerst dit: accepteer dat “perfect” slapen geen maatstaf is

Je hoeft niet elke nacht 8 uur achter elkaar als een roosje te slapen om goed bezig te zijn. In ploegendienst is het al heel wat als je:

  • genoeg uren pakt over de hele week gezien,
  • op cruciale momenten (vooral voor je dienst) redelijk uitgerust bent,
  • jezelf niet continu als een uitgewrongen vaatdoek voelt.

Zie het als een soort puzzel. Een standaard kantoorbaan is een puzzel met grote, makkelijke stukken. Ploegendienst is een puzzel met rare hoekjes. Nog steeds te leggen, maar je moet net wat slimmer schuiven.

Voor de nachtdienst: hoe bereid je je slaap slim voor?

De dag vóór je nachtdienst

Veel mensen doen dit: ze blijven expres lang op, gaan “doorhalen” en denken dan de volgende ochtend na hun nachtdienst wel bij te slapen. Klinkt stoer, maar je maakt het jezelf zo veel zwaarder.

Wat helpt vaak beter?

  • Sta gewoon op je normale tijd op, maar ga in de middag een dutje doen. Denk aan 1 à 2 uur, ergens tussen 14.00 en 17.00 uur.
  • Zorg dat dit dutje echt slaapvriendelijk is: verduisterde kamer, telefoon op stil, oordoppen als dat nodig is.

Zo begin je je nachtdienst met een soort “slaapbuffer”. Je bent niet topfit, maar ook niet volledig leeg.

Tijdens de nachtdienst: wakker blijven zonder jezelf te slopen

In de nachtdienst is de verleiding groot om jezelf vol te gooien met koffie, energydrank en suiker. Begrijpelijk, maar je schiet jezelf er later vaak mee in de voet.

Een paar dingen die je wél kunnen helpen:

  • Caffeïne met beleid: drink gerust koffie in het eerste deel van je dienst, maar stop er bijvoorbeeld 4 à 6 uur voor je naar bed gaat mee. Zo kan je lijf de caffeïne afbreken voordat jij probeert te slapen.
  • Licht gebruiken als hulpmiddel: fel licht helpt je wakker te blijven. Blijf niet de hele nacht in een donker hoekje zitten. Maar: een uur voordat je naar huis gaat, mag het licht juist wat zachter. Zo kan je lichaam alvast “afschakelen”.
  • Bewegen in plaats van snoepen: voel je je inkakken? Loop een rondje, doe wat rek- en strekoefeningen, haal even frisse lucht. Dat werkt vaak beter dan de zoveelste chocoladereep.

Neem Mark, 42, operator in een fabriek. Hij merkte dat hij rond 04.00 uur altijd naar energydrank greep. Daarna lag hij om 09.00 uur nog te stuiteren in bed. Toen hij overstapte op water en thee na 03.00 uur en in zijn pauze even een korte wandeling buiten maakte, sliep hij na zijn dienst veel sneller in.

Na de nachtdienst: zo maak je slapen overdag iets minder kansloos

Direct na je dienst: niet eerst “even” van alles doen

Je kent het misschien: je komt thuis, denkt “ik ga nog even ontbijten, douchen, wasje aanzetten, beetje scrollen…” en voor je het weet is het bijna middag. En slapen? Ho maar.

Probeer het eens anders:

  • Ga zo snel mogelijk naar bed, liefst binnen een uur na thuiskomst.
  • Draag een zonnebril op de fiets of in de auto naar huis, ook als het een beetje raar voelt. Minder licht = minder signaal naar je hersenen dat het ‘dag’ is.
  • Eet iets kleins en lichts als je honger hebt, geen zware maaltijd. Denk aan yoghurt, een boterham, wat fruit.

Je slaapkamer: maak er een nachtcocon van

Overdag slapen vraagt om een beetje creativiteit. Je wilt je lichaam laten denken dat het nacht is, ook al schijnt de zon.

Handige aanpassingen:

  • Verduisterende gordijnen of een goed slaapmasker: hoe donkerder, hoe beter.
  • Oordoppen of een white-noise-machine (of app): om buren, verkeer en huisgeluiden te dempen.
  • Telefoon op stil, deurbel uit als dat kan. Zet desnoods een briefje op de deur voor pakketbezorgers.

Zie je slaapkamer als je “herstelruimte”. Niet als kantoor, tv-kamer en was-opvouwplek in één.

Roterende diensten: hoe voorkom je dat je klok totaal ontspoort?

Niet iedereen draait vaste nachten. Veel mensen hebben een rooster dat gaat van vroeg → laat → nacht → vrij. Dat is eigenlijk een soort permanente mini-jetlag.

Een paar richtlijnen die vaak helpen:

  • Probeer je ritme in je vrije dagen niet compleet om te gooien. Blijf ongeveer in dezelfde “zone”. Dus niet na een reeks nachtdiensten meteen om 07.00 uur opstaan omdat je vrij bent. Slaap eerst bij, schuif dan rustig op.
  • Schuif liever stapje voor stapje. Ga niet ineens 5 uur eerder naar bed, maar begin met 1 à 2 uur opschuiven.
  • Houd vaste ankerpunten: bijvoorbeeld elke dag rond dezelfde tijd je hoofdmaaltijd, en een vast moment waarop je probeert te gaan slapen, binnen de mogelijkheden van je rooster.

Neem Fatima, 29, die in de logistiek werkt. Ze merkte dat ze in haar vrije weekenden compleet “normaal” ging leven: laat naar bed, uitslapen, feestjes. De overgang terug naar de vroege dienst was dan elke keer een ramp. Toen ze haar weekenduren wat dichter bij haar werkuren hield (bijvoorbeeld niet tot 03.00 uur op stap, maar rond 00.00 uur naar bed), voelde de eerste vroege dienst veel minder bruut.

Eten, drinken en slapen: meer verbonden dan je denkt

Je spijsvertering heeft ook een soort klok. ’s Nachts zware maaltijden eten terwijl je lichaam eigenlijk op “nachtstand” staat, kan je slaap én je buik behoorlijk verstoren.

Wat helpt vaak:

  • Eet licht in de tweede helft van je nachtdienst. Denk aan soep, yoghurt, wat groenten, een volkorencracker. Laat de vette snacks en grote porties liever achterwege.
  • Voldoende drinken, maar niet vlak voor je gaat slapen. Anders loop je de halve “nacht” naar de wc.
  • Vermijd alcohol als slaapmutsje. Het lijkt te helpen om in slaap te vallen, maar je slaapt onrustiger en wordt vaker wakker.

Powernaps: je geheime wapen (als je ze slim inzet)

Een kort dutje kan je redder zijn in ploegendienst. Maar dan wel kort. Als je te lang slaapt, duik je in diepe slaap en word je juist suffer wakker.

Handige richtlijn:

  • Dutjes van 15–25 minuten kunnen je alerter maken zonder dat je “slaapdronken” wordt.
  • Doe ze ruim vóór je hoofd-slaapperiode, niet vlak ervoor. Dus liever aan het begin of midden van je nachtdienst, niet in het laatste uur.

Sommige bedrijven hebben zelfs een aparte ruimte waar je kort mag slapen. Als dat bij jou niet zo is, kun je misschien in de auto, een rustige ruimte of een stilteruimte even je ogen dichtdoen. Ja, het voelt misschien een beetje gek, maar liever 20 minuten dutten dan met dichtvallende ogen achter het stuur.

Grenzen aangeven: wat je baas en omgeving vaak vergeten

Ploegendienst wordt soms behandeld alsof het “gewoon een werktijd” is, maar het is eigenlijk een belasting voor je gezondheid. Dat betekent dat het wél uitmaakt hoe roosters worden gemaakt en hoe er met diensten wordt geschoven.

Als je merkt dat je slaap echt in de knel komt:

  • Ga in gesprek met je leidinggevende of arbodienst. Soms is er meer mogelijk dan je denkt: minder nachten achter elkaar, meer hersteltijd, andere volgorde van diensten.
  • Leg thuis uit wat je nodig hebt. Bijvoorbeeld: “Als ik uit de nachtdienst kom, heb ik echt tot 14.00 uur nodig om te slapen. Kunnen we afspraken maken over geluid, bezoek, klusjes?”

Je mag best zeggen dat je lijf geen robot is. Sterker nog: goed slapen is ook in het belang van je werkgever. Een uitgeruste medewerker maakt minder fouten.

Wanneer moet je aan de bel trekken?

Dat je moe bent in ploegendienst is op zich niet vreemd. Maar er zijn signalen waarbij het goed is om even verder te kijken:

  • Je slaapt bijna nooit langer dan een paar uur achter elkaar, ook niet als je vrij bent.
  • Je valt overdag zomaar in slaap op onhandige momenten (achter het stuur, tijdens gesprekken).
  • Je bent al weken of maanden somber, prikkelbaar of snel in tranen.
  • Je maakt op je werk fouten doordat je je niet kunt concentreren.

In dat geval is het slim om met je huisarts te praten. Op sites als Thuisarts vind je ook betrouwbare informatie over slaapproblemen en wat je eraan kunt doen.

Handige bronnen als je meer wilt weten

Je hoeft het wiel niet zelf uit te vinden. Er zijn in Nederland en België goede websites met informatie over slaap, gezondheid en werken in onregelmatige diensten.

Veelgestelde vragen over slapen in ploegendienst

1. Hoeveel uur moet ik slapen als ik in ploegendienst werk?

Er is geen magisch getal dat voor iedereen klopt, maar de meeste volwassenen hebben ergens tussen de 7 en 9 uur slaap per 24 uur nodig. In ploegendienst haal je dat soms in blokken: bijvoorbeeld een langere slaap na je dienst, plus een dutje later op de dag. Kijk vooral naar hoe je je voelt: als je overdag constant uitgeput bent, is het waarschijnlijk te weinig.

2. Is melatonine slikken een goed idee bij nachtdiensten?

Melatonine is een hormoon dat je lichaam zelf aanmaakt om slaperig te worden. Supplementen kunnen in sommige situaties helpen, maar het is niet zo onschuldig als het lijkt. De timing en dosering zijn belangrijk. Overleg dus altijd met je huisarts voordat je ermee begint, zeker als je structureel in ploegendienst werkt.

3. Helpt het om in één keer door te slapen na de nachtdienst, of kan ik beter in twee delen slapen?

Dat verschilt per persoon. Sommige mensen slapen liever één lang blok direct na de dienst. Anderen slapen eerst een paar uur, staan dan even op, eten wat, doen iets rustigs en slapen later nog een paar uur. Als jij met twee blokken samen meer slaap pakt dan met één lange poging, is dat helemaal prima.

4. Kan ik beter stoppen met ploegendienst als ik slecht slaap?

Soms is dat inderdaad het beste voor je gezondheid, zeker als je al langere tijd flink vastloopt, somber bent of gezondheidsklachten krijgt. Maar dat is een grote beslissing, met financiële en praktische gevolgen. Praat erover met je huisarts, bedrijfsarts en eventueel een slaapdeskundige. Soms zijn aanpassingen in je rooster al een grote verbetering.

5. Ik heb jonge kinderen én nachtdiensten. Is het dan überhaupt mogelijk om goed te slapen?

Makkelijk is het niet, laten we eerlijk zijn. Maar met duidelijke afspraken thuis kom je vaak verder dan je denkt. Bijvoorbeeld: je partner doet de ochtenden als jij uit de nacht komt, de kinderen weten dat “als de deur dicht is, slaapt mama/papa”, opa/oma helpt één dag in de week. Perfect wordt het niet, maar elke extra uur slaap is winst.


Werken in ploegendienst blijft een uitdaging, hoe je het ook wendt of keert. Maar je bent niet machteloos. Door slim om te gaan met licht, dutjes, voeding en je slaapomgeving, kun je je lijf net dat beetje meer geven wat het nodig heeft. En nee, je wordt er misschien geen sprankelende ochtendmens van. Maar wel iemand die zijn diensten doorkomt zonder continu op zijn tandvlees te lopen – en dat is al best wel wat.

Explore More Bijzondere Situaties

Discover more examples and insights in this category.

View All Bijzondere Situaties