Een op de tien slapers ligt langdurig wakker
26-10-2004 - Tot deze conclusies komt medisch biologe Ingrid Verbeek in het proefschrift waarop ze maandag aan de Rijkuniversiteit Groningen is gepromoveerd.
Verbeek deed diverse onderzoeken naar diagnostiek, behandeling en voorlichting van chronische slapeloosheid in het Centrum voor Slaap- en Waakstoornissen Kempenhaeghe in het Brabantse Heeze.
Slecht slapen heeft klachten tot gevolg als moeheid, neerslachtigheid en geheugen- en concentratieproblemen, maar kan ook leiden tot ernstige verkeers- en arbeidsongelukken, psychiatrische klachten en ziekteverzuim.
Op dit moment worden vooral slaapmiddelen gebruikt voor de behandeling van langdurige slapeloosheid. Uit het onderzoek blijkt dat een kortdurende cognitieve gedragstherapie (zes sessies) tot verbetering van de slaap en het functioneren overdag leidt.
Bij deze vorm van psychotherapie houdt de patiënt een slaapdagboek bij en krijgt voorlichting over ontspanningsoefeningen, adviezen voor betere slaaphygiëne en het doorbreken van slaapbelemmerende gedachten.
Verbeek constateerde verder dat van de 86 onderzochte slechte slapers er 74 een duidelijke verbetering door deze methode ervoeren. Ook objectieve meting van de slaap liet na therapie een belangrijke vooruitgang zien.
Verbeek pleit voor betere slaapvoorlichting voor een algemeen publiek plus betere scholing van huisartsen. Uit haar enquête onder 62 huisartsen bleek dat 71 procent van hen geen gebruik maakt van de richtlijn 'Slapeloosheid en slaapmiddelen' van het Nederlands Huisarsen Genootschap.
Bron: Volkskrant
|